De kaap van 100 kilometer ben ik vandaag gepasseerd. Vanuit Sarria zette ik de camino verder. Wat een gevoel is het om die (mijl)paal (opnieuw) tegen te komen. Ergens vanbinnen juicht mijn blije kind: you did it (again)! De laatste twee stapdagen zat het lijf goed, de benen wilden mee, het hoofd was gefocust op de weg, op beweging, op verwondering. De natuur is zo weergaloos, elke dag opnieuw een zonsopgang mogen meemaken is een ongekende luxe die in België als vanzelf verloren gaat in de drukte van het leven, de sleur van het alledaagse. We denken het allemaal te kunnen missen, omdat we in de vanzelfsprekendheid van tijd geloven. Alleen is dat onszelf met een kluitje in het riet sturen, want het leven is eigenzinnig en onvoorspelbaar. De bomen onderweg geven aan alles een sprookjesachtig uitzicht. Stilte is het best mogelijke antwoord.
Alleen vanaf Sarria verandert de camino hevig. De laatste 100 kilometer zijn erg gewild bij de Spanjaarden. Het staat mooi op een CV. En het is een soort ding hier. Dus sluiten zich na weken van sereniteit en stilte nu een groep verse stappers aan. Ze zijn luid en met veel en ze leggen alles vast op foto. Ze schenden ergens die ongeschreven pelgrimhandleiding: wees dankbaar en eerbiedig, laat de weg voor zich spreken, elke stap is een wonder, help elkaar, respecteer de pelgrim voor én achter je, ga opzij voor wie sneller stapt en steek elkaar tot vervelens toe misschien een 'buen camino' toe. Ik doop ze hier, mogelijks een beetje bevooroordeeld, om tot de Disney-pelgrims. Ze wandelen duidelijk met een ander doel. Hun lichaam is fris, ze dragen alleen een dagrugzak. Ze mogen er zijn, maar het is zonde dat ze het meest heilige lijken te missen, het urenlang geluidloos één zijn met de weg en jezelf.
Enfin, tot hier. Rond 12 uur wandelde ik de lange brug over die me in Portomarín bracht. Ik glimlachte. Nog vier stapdagen. Ik ben al bijna drie weken onderweg, leef uit en van mijn rugzak, draag alles wat ik nodig heb uren aan een stuk op mijn rug. Soms mis ik het leven dat thuis op me wacht. Soms ben ik bang net daarvoor. Soms wil ik havercappu drinken op een bekend terras. De veiligheid terugvinden van wat was. Soms wil ik springen in iets nieuws, mezelf verrassen zoals ik dat al vaker deed. Soms klap ik dicht.
Vandaag ging ik zwemmen. Ik was zo'n ontzettende waterrat vroeger. Waar een zwembad stond, daar zat ik in, urenlang tot elke centimeter van mijn huid een golfje was. De eetstoornis heeft dat volledig van me afgepakt en daar ben ik me altijd pijnlijk bewust van geweest. Maar daarnet was het 35 graden, er lag een openbaar zwembad op drie minuten van de Albergue en ik dacht: fuck it, het is warm, ik heb 21 kilometer gewandeld en nu wil ik zwemmen. Voor drie euro nam ik de meest bevrijdende duik van mijn recente leven. Overal was water en ik was vrij.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten